<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0">
<channel><generator>iloblog 1.0</generator><title>Highlow Communications Feed</title><link>http://blog.highlow.nl/</link><description>&lt;i&gt;Sinds 1986 is Highlow Communications als communicatiebureau gespecialiseerd in woordvoering, 
mediabeleid, mediastrategie en mediarelaties. Highlow Communications &lt;/i&gt;&lt;i&gt;ontwikkelt ook &lt;/i&gt;&lt;i&gt;algemeen &lt;/i&gt;&lt;i&gt;communicatie &amp;amp; PR beleid. Daarnaast kunt u bij Highlow Communications terecht voor &lt;/i&gt;&lt;i&gt;journalistieke en corporate tekstprodukties.&lt;/i&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Meer informatie over Highlow Communications vindt u op &lt;a href=&quot;http://www.highlow.nl/&quot; target=&quot;_blank&quot;&gt;www.highlow.nl&lt;/a&gt;.</description><item><title>10 tips voor persberichten die wel gelezen worden</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=10</link><description><![CDATA[     Wil je dat je persbericht gelezen wordt? Wil je impact maken en zorgen dat een journalist of blogger jouw persbericht niet meteen verwijdert?   Schrijf eens een
persbericht, dat niet bijna automatisch gedelete wordt!   Hieronder
volgen tien tips. 
 
1. Een pakkende titel   
Schrijf een korte, pakkende titel. Je pakt daarmee direct iemands aandacht.
Zeker als hij dagelijks tientallen (of misschien wel honderden) berichten moet
scannen. Hoe een pakkende kop eruit ziet? Kijk eens op de voorpagina van een
willekeurige grote krant. Je ziet meteen wanneer tijd en energie in het
verzinnen van pakkende koppen zijn gestoken. Met de titel van jouw persbericht
is het niet anders. De titel moet direct het verhaal verkopen; niets meer, maar
zeker niets minder. Als je geen goede pakkende titel kunt verzinnen, dan is je
persbericht veel minder kansrijk. 
 
 2. Een sterke inleiding  
Bij communicatieopleidingen word je geleerd dat een inleiding de 5 W`s en 1 H
moeten bevatten: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Essentieel voor het
doorlezen van een persbericht is dat je de meest relevante informatie in de
inleiding hebt staan. Of er dan een W of H ontbreekt is niet relevant. De
juiste informatie wel. Net als dat de titel pakkend moet zijn, geldt dat in
hoge mate ook voor de inleiding. De bureauredacteurs en journalisten van landelijke
persbureaus als ANP, GPD, Novum Nieuws, maar ook de verslaggevers van andere
media scannen slechts de titel en de inleiding. Daar ligt het zwaartepunt van
ieder verhaal. 
 
 3. Foto erbij   
Waar kijkt de koper als eerste naar op Marktplaats? Juist! De foto. Wil je iets
verkopen, dan is een foto essentieel om aan je publiek te laten zien wat je
verkoopt. Is er een beeld dat je verhaal vertelt? Besteed extra geld aan een
goede foto. Het minste is een logo van je bedrijf of product bij het verhaal,
want beelden laten een verhaal opvallen. Tegenwoordig versturen we
persberichten per mail en via social media. Voeg nooit bijlagen bij een per
email verstuurd persbericht. Vermeld altijd een duidelijk link in het
persbericht naar de website waar de bijlagen, zoals de foto, gedownload kunnen
worden.  
 
 4. Cijfers  
Bladendoktor Rob van Vuure gebruikte in de jaren ‘80 en ‘90 veel cijfers op de
covers van zijn tijdschriften. Dat verkocht, zo stelde hij. Veel persberichten
bevatten cijfers in de inleiding en in de titel. Er zijn navolgers van de
Bladendokter, maar wees voorzichtig. Teveel cijfers storen. En, elk persbericht
larderen met cijfermatig materiaal, maakt je als afzender voorspelbaar. Wees
dus op je hoede en gebruik het alleen, als het je verhaal ondersteunt. 
 
 5. Kort of krachtig  
Moet een lang persbericht lang of juist kort zijn? Het is niet de juiste vraag.
Heeft je informatie meer of minder tekst nodig? Als een journalist door de
inleiding komt, dan is hij voldoende geïnteresseerd in je verhaal. Leest hij de
volgende alinea`s, dan heb je alle kans dat hij het hele persbericht uitleest.
Nou ja, scant. Zorg dus dat de meest relevante informatie zo ver mogelijk naar
boven staat. Achtergrondinformatie plaats je naar onderen. Wees niet te
summier, maar een aantal ‘open plekken’ zorgt ervoor dat de interesse van
verslaggevers wordt gewekt. Ze zullen mailen of bellen voor meer informatie. Er
is geen gouden regel, hoewel sommige opleidingen en specialisten je anders willen
doen geloven. Moet een persberichten onder de 400/500 woorden blijven? Het is
geen wet. De uitzondering bevestigt de regel.  
 
 6. Schrijf het als een nieuwsbericht  
Even terug naar punt 5. Leer je persbericht schrijven in omgekeerde piramide
stijl. Staat de meest relevante informatie in de inleiding en je eerste alinea?
Mooi! Het is een start, want het gaat er uiteindelijk wel om dat het goed
leesbaar is. De media moeten het met steeds minder journalisten en
bureauredacteuren doen. Schrijf dus een persbericht alsof het een nieuwsbericht
is. Dat voorkomt dat een journalist nog veel werk hoeft te doen. Het bespaart
de publicatie tijd en die win jij voor je klant door de media een goed leesbaar
persbericht te bezorgen.  
 
 7. Authenticiteit met quotes 
 Met die kleine redacties is het zelf ophalen van een reactie van een
woordvoerder niet het eerste waar de media op zitten te wachten. Dus, zet
quotes in je persbericht. Een goede quote maakt een persbericht sterker en
verleent een publicatie authenticiteit. Waarom? Omdat het lijkt alsof de
redactie zelf achter een reactie is aangegaan. Zorg er wel voor, dat de
uitspraken niet obligaat klinken, maar werkelijk iets toevoegen aan de inhoud
van je persbericht. 
 
 8. Korte alinea`s  
In het internettijdperk worden teksten steeds korter. De spanningsboog van de
lezer is nauwelijks meer wat het tien of twintig jaar geleden was. Wat absoluut
geldt: korte zinnen en korte alinea`s van maximaal vijf regels.  
 
 9. Gebruik tussenkoppen en bullets  
Om een persbericht overzichtelijk te maken, gebruik je tussenkopjes en bullets
om onderscheid aan te brengen. Het zijn hulpmiddelen om een persbericht snel te
scannen voor een journalist.  
 
 10. De social media release   
Nieuw in de wereld van persberichten is de  social media release . Het
persbericht van nu is al veel compacter dan het persbericht van vijf jaar
geleden. Dat komt door de komst van sociale media. Via twitter bijvoorbeeld kun
je nu persbericht versturen met inbegrip van hashtags. In het uiterlijk op de
website worden heel veel hyperlinks toegevoegd, maar ook de twitteraccount,
video`s en natuurlijk de hoge resolutie foto`s, die de redactie vrij van
rechten kan downloaden. Overigens is het creëren van een social media release
heel veel werk, neem er de tijd voor om een goede mix samen te stellen voor de
media! 
 
 Een goed persbericht is een essentieel onderdeel
van je mediastrategie, waarbij het selecteren van de media die je wilt bereiken
een van de andere stappen is. Highlow Communications is gespecialiseerd in
mediastrategie. Dus, heb je hulp nodig of wil je het werk uitbesteden, neem dan
 contact  op met Jacques Happe via 06 - 55 111 975. Je relatie met de media moet zorgvuldig
opgebouwd worden en vooral productief zijn. Highlow Communications voor een
productief mediabeleid.   
 ]]></description><pubDate>Tue, 27 Sep 2011 13:05:15 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Communicatie 3.0; de nieuwe toekomst</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=9</link><description><![CDATA[       Er was eens…
een tijd waarin marketing- en public relations professionals zeeën van tijd
hadden om in te spelen op de nieuwigheden in de media. Vandaag de dag is dat anders.
Minuten kunnen nu het verschil maken tussen de nr. 1 in PR zijn en hopeloos achter
de feiten aan lopen. Deze ontwikkeling heeft communicatieprofessionals ertoe
aangezet andere communicatiemiddelen te gaan gebruiken voor PR:  sociale media.     Door de macht van sociale media hebben communicatiespecialisten een bijna oneindige keuze in hoe ze hun doelpubliek bereiken. Zij waren dus vaak de eersten om de mogelijkheden van sociale media te omarmen en zijn daardoor autoriteiten in de sector geworden. Hieronder leest u maar enkele manieren waarop sociale media het communicatievak hebben veranderd.     Communicatie 3.0: zender, ontvanger… en omgekeerd    Voor PR-specialisten is het niet voldoende om nieuwtjes of informatie over hun merk/klant op de wereld los te laten en dan te verwachten dat het succesvol opgepikt gaat worden door de media. De communicatie is nu wederkerig. Er wordt van de doelgroep verwacht dat ze luistert, nadenkt, meedenkt en dan met een gepast antwoord komt.     Een schat aan informatie    Sociale platforms zijn voor communicatiespecialisten een eindeloze bron van informatie over hun doelgroep, markt, service en de mediakanalen waarin hun klanten geïnteresseerd zijn. Hierdoor kunnen ze meer mogelijkheden creëren en inzicht krijgen in wat hun publiek eigenlijk is.     Vooruit denken en sneller reageren  In een wereld die 24 uur per dag bezig is, zorgen sociale media ervoor dat klachten en bedenkingen van de consument voor iedereen razendsnel zichtbaarder worden. Door de snelheid waarmee sociale media informatie verspreiden kan die negatieve informatie snel tot een crisis leiden. Bedrijven moeten dus even snel reageren om dat soort brandjes te blussen. Merken dienen via webcare klaar te zijn voor zowel negatieve als positieve reacties. Een doordacht communicatieplan sociale media kan hierbij goud waard zijn.   Meetbaar succes  Voor het eerst in het bestaan van de communicatie, geven sociale media bedrijven de mogelijkheid om hun investering te volgen en de opbrengst ervan te berekenen. Hiervoor kunnen ze het verkeer op hun website checken, de bron ervan nagaan, maar ook bekijken hoeveel tijd klanten besteden aan die tools. Dit betekent ook dat online adverteren een specifieker doel krijgt en dat men het veel strategischer aangepakt.   Een ander soort nieuws  De traditionele media zijn niet langer de bron die we aanspreken bij breaking news. Twitter wordt almaar meer beschreven als een persoonlijke nieuwsbron. Heel wat persbureaus delen hier immers nieuws in real time. Het nieuws verspreidt zich in luttele minuten door de hoge concentratie views en comments van over de hele wereld. Zo werd bijvoorbeeld het nieuws over de Japanse tsunami, of meer recenter de rellen in Londen, in minuten over de hele wereld verspreid via Twitter.   Communicatie 3.0; de nieuwe toekomst  Het communicatievak ziet de talrijke mogelijkheden verder uitbreiden. Van hoogst gepersonaliseerde creaties en aanbevelingen, tot het delen van content op alle mogelijke persoonlijke toestellen, zoals tablets en smartphones. Sociale media zijn hierbij het ideale middel om die content te delen.    Benieuwd hoe de toekomst van uw communicatie via sociale media er uit kan zien? De experts van Highlow Communications zorgen er alvast voor dat die rooskleurig is. Neem vrijblijvend    contact  op voor meer informatie.   Highlow Communications volgen op Twitter?  @HighlowNL                
gebaseerd op   …  

  
 ]]></description><pubDate>Mon, 26 Sep 2011 17:34:19 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Wat is kwalitatieve PR /communicatie?</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=8</link><description><![CDATA[    Wat
maakt iemand een betere PR- of communicatieadviseur? Een opleiding, ervaring,
omgevingssensitiviteit, zijn netwerk? De mate waarin gescoord wordt, of hij succesvol
is? Het is een lastige vraag, omdat, net als het vak zelf, één antwoord
onmogelijk is. PR (en communicatie) is geen exacte wetenschap. Je kunt er geen
formules op los laten om je gelijk te halen. Het communicatievak staat onder
druk omdat accountability vaak zo lastig of helemaal niet te meten is. Zonder
vooraf een richting te geven, wil ik hieronder een discussie opgang brengen
over de kwaliteit van de communicatie. Wat is dat, waar hebben we het dan over?
En wie bepaalt die kwaliteit, de adviseur, de klant, de branche?   
 ]]></description><pubDate>Tue, 23 Aug 2011 11:02:16 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Tegen inperking van vrijheid: social media zijn van ons allemaal </title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=7</link><description><![CDATA[    De invloed van social media is in het Westen pas goed doorgedrongen door
de oproep tot rellen in Engeland. De opstanden in de Arabische wereld begin dit
jaar werden ook al gevoed door social media, maar gek genoeg ontging ons dat grotendeels.
We sloten onze ogen en oren ervoor, omdat het te ver van onze bed was. Pas als
een buurland dreigt met een vorm van inperking van vrijheid van meningsuiting,
openen we onze ogen en spitsen we de oren, selectief…  
 
Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. In ons land voor de een wat
groter dan de ander, zo bleek uit de recente rechtsgang die politicus Geert
Wilders moest maken. De rechters oordeelden dat hij vaak langs de scheidslijn
van het toelaatbare scheerde en er soms wellicht overheen ging, maar dat als
politicus mocht doen. Zoveel vrijheid is niet iedereen gegeven, maar dat neemt
niet weg, dat sommigen op internetfora die scheidslijn wel overschrijden. Racisme,
discriminatie, intolerantie, oproepen tot geweld, het kan allemaal. Het mag tot
op zekere hoogte. Oproepen tot geweld of het daadwerkelijk plegen van geweld gaat
te ver. Crimineel gedrag wordt terecht bestraft. Het is waar de scheidslijn
tussen sociale en asociale media dun wordt. De scheidslijn tussen wat aanvaardbaar
is en wat niet langer wordt getolereerd.  
 
In het Midden-Oosten, zoals in Tunesië en Egypte bijvoorbeeld, werden social
media ingezet om in opstand te komen tegen ondemocratische overheersers als Ben
Ali en Moubarak. Toen die de social media dreigden te beperken en censureren,
hoorde je (bijna) niemand in het Westen over vrijheid van meningsuiting, vrijheid
van internet en vrijheid van de sociale media. Maar toen vorige week in
Engeland de vlam in de pan sloeg nadat via BlackBerry en Twitter opgeroepen
werd tot plunderingen en te rellen, werden we opeens wakker. De Engelse
overheid vindt dat  Twitter   opruiende accounts moet sluiten  en vraagt  BlackBerry  
om mee te werken aan onderzoek naar de veroorzakers van het geweld . 
 
Het oproepen tot geweld zoals dat in Engeland is gebeurd, staat in geen enkele
verhouding tot wat in het Midden-Oosten gebeurde. Onze vrijheid in het Westen wordt
mede ingegeven door de vrijheid tot internet, telefonie, social media en onze
vrijheid van meningsuiting. De twee situaties zijn ingegeven door totaal
verschillende emoties en achtergronden. In het Midden-Oosten worden social
media ingezet om die vrijheden te verwerven, in Engeland om vooral te plunderen
en te rellen. De verschillen zijn legio, de enige overeenkomst, de inzet van
moderne communicatiemiddelen. Inperking van zulke vrijheden stuiten me tegen de
borst.  
 
Ik vind het ongehoord dat de Britse overheid zelfs maar  nadenkt over het
inperken van de vrijheid tot moderne communicatie  als via social media. Dat ze
aan Twitter, Facebook, BlackBerry en welk social netwerk dan ook, hulpverzoeken
doet is een stap die te billijken is. Natuurlijk willen de autoriteiten hulp
bij het oppakken van de aanstichters van de rellen, die niets meer om het lijf
hadden dan plunderingen, gruwelijk geweld en vernielzucht. Niet zoals 30 jaar
geleden een aanklacht tegen de armoede en slechte economische vooruitzichten
van jongeren, maar puur vandalisme, diefstal en grootschalige, georganiseerde
misdaad tegen de maatschappij. 
 
Dan nog kan het niet zo zijn, dat de  Britse overheid Twitter wil verplichten om
haar netwerk af te sluiten voor relschoppers . Ondanks de verwerpelijkheid van
de acties van deze criminelen, is het de vrijheid van een democratie, waar je onbeperkte
toegang hebt tot een communicatiemiddel. Elke inperking is een inbreuk op
verworven vrijheden. Onbegrijpelijk dat deze gedachte van het inperken van
communicatievrijheid afkomstig is vanuit een regering, waarin de liberaal
democraten samen met de conservatieven de coalitie vormen. Er zijn genoeg
mogelijkheden voor de autoriteiten om social media te monitoren. En sterker
nog, om deze zelfde netwerken in te zetten voor eigen belang. Zoals er via
Twitter ook heel snel  accounts ontstonden van tegenstanders van de rellen . Die
binnen een uur 20.000 volgers kregen. Of zoals de pagina op  Facebook, waar
initiatieven op worden getoond om de steden weer schoon te maken . Of de
buurtbewoners die via social media burgerwachten oprichten. Dat is diezelfde
vrijheid van internet en social media. 
 
Dichter bij huis waagde de mediawoordvoerder van de VVD, Afke Schaart, het om
de PvdA verantwoordelijk te houden voor de komende prijsstijgingen van mobiel
internet. De liberale coalitiepartner was onlangs tegen het voorstel van netneutraliteit
en vindt dat GroenLinks, D66, PVV en PvdA voorop debet zijn aan de
prijsverhogingen, die KPN, Vodafone en T-Mobile per 1 september hebben
aangekondigd. Providers wilden bepaalde mobiele internetdiensten afknijpen,
differentiëren of zelfs blokkeren, omdat er onvoldoende winst op werd gemaakt.
KPN wilde bijvoorbeeld klanten extra geld berekenen voor bepaalde diensten die
via mobiel internet extra bandbreedte kosten, zoals Youtube en Skype. Via
duurdere contracten, omzeilen de providers de netneutraliteit alsnog en vragen
ze toch meer geld. De VVD  houdt de PvdA hiervoor verantwoordelijk . 
 
Het is natuurlijk een  gotspe , dat een partij die ‘vrijheid’ in haar naam voert,
niet voor die vrijheid van het net heeft gevochten, maar de wet wilde
tegenhouden die dit beter wilde regelen. Nu schuift de VVD haar eigen
verantwoordelijkheid af op partijen die wel bereid waren te vechten voor die vrijheid.
Het zou de politiek sieren om die vrijheid van het (mobiele) net met betaalbare
tarieven weer zo snel mogelijk voor iedereen open te stellen. Opdat social
media weer door iedereen ingezet kunnen worden; het liefst zo sociaal mogelijk,
maar ja, ook de asociale medemens maakt gebruik van de moderne communicatie die
vrijheid ons nu eenmaal biedt. En dat is een groot verworven goed. Hier, bij
ons, in Engeland, en hopelijk ook snel in het hele Midden-Oosten en de rest van
de gesloten wereld, waar vrijheid van meningsuiting nog steeds ingeperkt wordt
door enge overheersers…  
 
 Jacques Happe  
 
 Jacques Happe is vicevoorzitter van Welcom, het
Amsterdamse communicatienetwerk, zelfstandig journalist, mediastrateeg en
communicatiemanager bij  Highlow
Communications , dat hij 4 augustus 1986 op 19-jarige leeftijd oprichtte.   
 ]]></description><pubDate>Wed, 10 Aug 2011 11:34:50 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Zou jij deze communicatiekeuzes hebben gemaakt?</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=6</link><description><![CDATA[     In een kwart eeuw heb ik heel wat dubieuze keuzes gemaakt zien worden in het 
communicatievak. Dit jaar vier ik twee 
jubilea; mijn zilveren als journalist en een koperen als 
communicatieadviseur.   Beide functies combineer ik, 
omdat ik het vooral heel erg leuk vind. Maar ook, omdat ik op die manier
 zie welke keuzes worden gemaakt. Onderstaand betoog richt zich vooral 
op de keuzes van mensen in het PR en communicatievak, waar ik mijn vraagtekens bij zet. Zou jij deze keuzes maken of heb je voorbeelden van andere 'foute' keuzes?   
 Het leven is een aaneenschakeling van keuzes. Het is zo`n 
tegeltjeswijsheid, waarvan je je afvraagt of de makers zelf kunnen leven met hun keuzes. 
Een paar voorbeelden:  * Een voorlichter geeft een cameraploeg met 
een avonduitzending aan het begin van de middag voorrang boven een 
persbureau dat binnen een half uur het nieuws op de feed heeft staan 
voor media als NRC, AD, Trouw, De Pers en nu.nl.  * Een voetbalclub 
weigert - semiprofessionele - fansites toegang tot 
persfaciliteiten, omdat de persmedewerker hen niet als 
(nieuwe) media beschouwt.  * Een woordvoerder meldt na publicatie dat een journalist hem niet had mogen citeren. 
 * Een omroep of voetbalclub vindt een eigen programma belangrijker dan 
de onafhankelijke media en dat alles onder het mom ‘dat snap je toch 
wel, hè, wij gaan voor’. Nee, dat snapt de journalist niet!  * Een 
PR-functionaris van een filmmaatschappij vertelt een journalist van een 
huis-aan-huisblad dat deze voor haar niet belangrijk is, behalve het 
grote ochtendblad.   Er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen, 
maar dit zijn toevallig situaties die ik als onafhankelijk journalist 
aan den lijve heb ondervonden. Ik heb in 25 jaar voor grote en hele 
kleine media gewerkt, offline en online. Bovenstaande keuzes maak ik 
helaas nog steeds -te vaak- mee. Het is mijns inziens onbegrijpelijk en zelfs 
onvergeeflijk als zulke keuzes gemaakt worden.   Als 
communicatieadviseur van internationale ruimtevaartorganisatie ISTA heb 
ik onlangs een situatie aan de hand gehad, waarbij ik ook een keuze heb 
moeten maken, waarvan ik me heb afgevraagd of het wel een juiste was.’s 
Avonds om 20 uur zou de burgemeester van Lelystad bekend maken dat haar 
stad op termijn een ruimtevaartluchthaven zou worden. De NOS en RTL 
kregen ’s om 18 uur de scoop voor radio en tv. Eén krant was het niet 
eens met die keuze, omdat de journalist het nieuws al ’s ochtends vroeg 
in zijn krant had willen publiceren. Maar dan zou de politieke 
consequentie van de publicatie verstrekkende gevolgen hebben gehad, dus 
dat was geen optie. Onder embargo stuurden we alle media ’s ochtends het
 persbericht. Iedereen hield zich daar aan. Ook die krant en de dagen 
daarna nog steeds, want ze boycotten als enig medium het nieuws. De 
mediawaarde van het nieuws via RTL, NOS, SBS, nationale, internationale,
 lokale en regionale media was vele malen hoger, dan als het alleen op 
pagina zoveel in die ochtendkrant was gebracht. De keuze, hoe lastig 
ook, bleek een juiste. Overigens had die journalist -als enige- een 
uitgebreid interview gehad, waarin hij heel veel achtergronden kreeg, 
die niet in het persbericht stonden.   Een journalist moet keuzes maken, maar een communicatieadviseur ook. Ik heb als journalist 
wel interviews gedaan, die ik net iets te lang op de plank had laten 
liggen. Het nieuws was al door een ander medium gebracht. Daarom begon 
ik een website, waarop ik mijn eigen nieuws sneller kon publiceren. 
Nieuws dat altijd gestaafd werd door feiten en bronnen. Een grote 
voetbalclub vond dat zo bedreigend voor de eigen media, dat de 
communicatiemanager – zelf afkomstig uit de journalistiek – na vijf 
lange jaren mij er voorgoed had weten uit te werken. Een ‘berufsverbot’,
 omdat hij bang was voor de onafhankelijkheid van een medium, dat hij 
niet kon controleren.   Journalisten en communicatiemedewerkers 
vliegen elkaar soms in de haren. Ik heb dat nooit gesnapt. Je hebt 
elkaar toch nodig. We zijn allebei intermediair tussen product of 
bedrijf en de eindgebruiker, het publiek. De boodschap van de 
communicatieadviseur kan alleen verteld worden als de journalist, of 
bijvoorbeeld de blogger, het wil overbrengen. Je hebt elkaar nodig 
en trekt dus nooit de eigen media voor als je ook onafhankelijke media 
hebt uitgenodigd. Dan krijg je dat die 
onafhankelijkheid wel erg afhankelijk wordt. Van de eigen media 
welteverstaan, omdat niemand anders nog in jouw boodschap is te 
interesseren.   In de communicatie gaat het om het maken van de 
juiste keuze. De journalist wordt dagelijks overspoeld met 
mediaprikkels; via blogs, websites, kranten, radio en tv, persberichten 
en social media. Wil je je boodschap toch goed overgebracht zien naar 
het publiek, maak dan een weloverwogen  juiste  keuze. En tot slot: schoffeer nooit de intermediair, die de journalist uiteindelijk voor jouw product of bedrijf is…    Jacques Happ e     Jacques Happe is vicevoorzitter van Welcom, het
Amsterdamse communicatienetwerk, zelfstandig journalist, mediastrateeg en
communicatiemanager bij  Highlow
Communications , dat hij 4 augustus 1986 op 19-jarige leeftijd oprichtte.   
 ]]></description><pubDate>Sun, 07 Aug 2011 19:51:56 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Hoe ga je als woordvoerder met een onbeschofte journalist om?</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=5</link><description><![CDATA[    In een
eerder blog ging ik al in op de  kernboodschap ,
die soms tot in het extreme wordt doorgevoerd. De journalist komt niet door de
vooraf bedachte formulering en krijgt niet het antwoord waar hij naar op zoek
is. Dan kan de situatie zich voordoen dat een journalist impertinente vragen
stelt of zelfs onbeschoft wordt. In onderstaand betoog een prachtig
voorbeeld. Hoe ga je daar mee om?  
 
Afgelopen week interviewde ik voor de nieuwe Amersfoortse omroep EVA een toneelspeler,
die nog nooit eerder voor TV zijn zegje had mogen doen. Na afloop bedankte hij
me omdat ik hem op zijn gemak had gesteld. Vijfentwintig jaar geleden begon ik
als journalist en later ging ik ook het communicatievak in. Ik weet hoe het is
om zowel aan de ene als aan de andere kant van de microfoon te staan. Ik merk
snel genoeg of iemand gespannen of onervaren is. Ik heb jarenlang jonge
voetballers van Ajax geïnterviewd. In de bijna tien jaar dat ik bij de club
rondliep, heb ik nooit gemerkt dat spelers vooraf werden voorbereid op een
mediaoptreden. Sterker nog, als een A-junior voor het eerst met Jong Ajax mee
mocht doen en na afloop in de kleedkamergang geconfronteerd werd met een handjevol
journalisten, bleek pas goed waar Ajax steken liet vallen. Ik zag de bravoure
van het veld wegzinken in de afgezakte voetbalsokken van de jonge voetballer.
Vaak was ik als reporter van lokale kranten als eerste aan de beurt om ze wat
vragen te stellen.  
 
 Glimmend van trots  
Ik merkte dat de Ajacied moeite had met de aandacht. Geïntimideerd door een
notitieblokje of een dictafoon gaf hij dan verlegen zijn antwoorden. Geen
bravoure. Met een schuin oog keek hij naar de camera`s van AT5 en AjaxTV, waar
hij later weer zijn verhaal moest doen. Terwijl de onervaren persvoorlichter
van Ajax met open mond stond te luisteren, stelde ik zo’n speler na mijn
interview één essentiële vraag: ‘als morgen je opa en oma, vader en moeder,
broertjes en zusjes, klasgenoten en vriendjes naar je kijken op TV, hoe wil je
dan dat ze na afloop op je reageren? Trots?’ Uiteraard kreeg ik dan een
instemmend antwoord op die vraag. Mijn advies was kort en krachtig: geniet van het
moment als je voor die camera staat. Zorg dat iedereen morgen trots op je is en
laat zien, waarom jij bij Jong Ajax schittert. Vol vertrouwen liep zo’n joch dan
naar de camera en stond glimmend van trots de journalisten van AT5 en AjaxTV te
woord.  
 
 Impertinente vragen  
Maar het kan ook heel anders. Wat als je een journalist tegenkomt, die er
helemaal niet op uit is om je te laten glimmen van trots, maar er op uit is om  zijn  gelijk te halen? Onderstaande clip
toont een live vraaggesprek voor MSNBC`s  Hardball .
Presentator Lawrence O'Donnell is voorstander van hervorming van de Amerikaanse
gezondheidszorg en zijn gast, senator John Culberson, is een sterk tegenstander.
Tijdens het interview noemt O'Donnell de politicus een leugenaar. Hij is
sarcastisch, respectloos, beschuldigend, vijandig en onbeschoft. Het is lastig om
dan niet mee te gaan in de stemming van de vragensteller. Reageer je op
agressieve vragen met agressieve reacties? Duelleer je als politicus met de journalist,
die al weet welke kant hij op wil met zijn interview, omdat hij weet welke
vragen hij gaat stellen? Weglopen heeft geen nut, maar daarover later meer.  
    
 Blijf correct en positief  
Als je tegenover een agressieve journalist staat, blijf dan vooral dichtbij jezelf.
Ga niet mee in de agressie van de interviewer. Blijf bij jezelf en pareer impertinente
vragen met verontwaardiging, met humor of een combinatie daarvan. Laat je niet
verleiden tot zaken waar je het niet over wilt hebben of tot een stijl die negatief
is. Blijf positief, want het publiek pikt dat op. Boos worden heeft geen zin.
Het voedt de agressie van de interviewer en dat levert een tegenovergesteld
resultaat op. Blijf dus dicht je bij jezelf, correct en vriendelijk, toon respect
en blijf de presentator aankijken. Volg je dat advies, dan verover je de
sympathie van het publiek. In bovenstaande clip blijft de politicus proberen
antwoord te geven op de vooringenomen vragen van de presentator. Ondanks de
constante aanvallen en interrupties. Hij reageert beheerst, licht
verontwaardigd en heel correct: “Ik vraag me af waarom je me als gast hebt
uitgenodigd als je zelf de hele show vult. Ik wil je een serieus antwoord geven
(...) Lawrence, neem me niet kwalijk, stel je me nog in staat om ​​antwoord te geven?” Als de kijker ziet dat de interviewer zijn gast oneerlijk
behandelt, verliest de gastheer de sympathie van het publiek.  
 
 Gratis advies  
Reageer vooral vanuit je persoonlijke ‘ik’ en niet in algemeenheden. Toen ik
een bekende zanger adviseerde over zijn publieke optreden in de media, heb ik
hem ook gezegd vanuit zichzelf te reageren: ‘ik vind’, ‘ik ben van mening’ en
dus niet ‘het  is  zo!’. Je
persoonlijke mening doet er toe als je niet in algemeenheden praat. De artiest paste
het toe en het maakte hem sympathieker. Uiteindelijk leverde het hem zelfs een
groter publiek op. Toon respect voor de geïnterviewde, ook als die zich
respectloos naar jou gedraagt. Ga je mee in een negatieve tendens, dan leg je
het in de publieke opinie af. Toon lef en durf, zoals de politicus de
journalist pareert. Het publiek waardeert dat. Weglopen levert het
tegenovergestelde op. De interviewer krijgt dan de kans je negatief neer te
zetten. Kijk maar naar de video waarin Rutger Castricum van GeenStijl.nl voormalig
minister Ella Vogelaar interviewt. Exemplarisch voor hoe het niet moet als
woordvoerder. Sterker nog, Castricum geeft een fraai staaltje mediatraining als
gratis advies aan de bewindsvrouw.     
 
 
 Wees trots  
Het is als woordvoerder niet altijd eenvoudig. Je moet zowel je boodschap
verkondigen als op je hoede zijn voor vragen, waar je wellicht geen antwoord op
hebt of wilt geven. En dan loop je soms ook nog een journalist tegen het lijf,
die je anders bejegend dan je je zou wensen. Het beste is om je daar op voor te
bereiden via een mediatraining. Wapen je tegen dit soort lastige situaties.
Maar waar het vooral om gaat. Schud die schroom van je af, wees trots op je
werk, je mening en jezelf. Toon dat dan ook. En vooral, blijf zelf correct en
beleefd. Altijd…  
 
 Jacques Happe  
 
 Jacques Happe is vicevoorzitter van Welcom, het
Amsterdamse communicatienetwerk, zelfstandig journalist, mediastrateeg en
communicatiemanager bij  Highlow
Communications , dat hij 4 augustus 1986 op 19-jarige leeftijd oprichtte.   Naschrift: Dit blog werd mede-geïnspireerd door een soortgelijk artikel op  PR Daily .  
 ]]></description><pubDate>Thu, 28 Jul 2011 12:37:26 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>De reputatie van slechte PR of slechte journalistiek</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=4</link><description><![CDATA[    Vorige
week publiceerde de Engelse journalist Damon Green verontwaardigd een TV-interview
met de partijleider van de Labour Party, Ed Milliband. De journalist kreeg in
het op YouTube geplaatste  fragment 
op iedere vraag een zelfde antwoord. De vooraf geformuleerde kernboodschap van
de politicus zette kwaad bloed bij de interviewer. Wiens reputatie lijdt hier
nu het meeste onder? De politicus, diens PR of de journalist?  
 
Een van de eerste dingen die ik directeuren, voorzitters en andere
woordvoerders leer bij een mediatraining, wees rustig en beheers je emoties als
een journalist doorvraagt op een lastig onderwerp. En, formuleer altijd vooraf
een kernboodschap waar je op terug kunt vallen.  
 
 kernboodschap  
Een kernboodschap is je belangrijkste statement in een interview. Hierin zit de
meest essentiële informatie over het onderwerp waarover een journalist je
interviewt. Om een kernboodschap te formuleren stel je eerst in hoofdlijnen vast welk
verhaal je de journalist wilt vertellen. Ga je inhoudelijk in op de materie,
dan onderbouw je het met feiten en eventueel aansprekende voorbeelden en ondersteunende
meningen van anderen. Wil je niet veel kwijt, dan kan je kernboodschap kort en
krachtig zijn”. Denk daarbij aan verschillende variaties op het ‘geen
commentaar’ als “wij reageren niet op iets wat we via de media vernemen. Pas
als we officieel op de hoogte zijn gebracht en dit hebben bestudeerd, kunnen we
met een feitelijke reactie komen. U zult dus nog even geduld moeten hebben.”
Ook bij een inhoudelijke kernboodschap is het goed om verschillende versies te
hebben, zodat je niet steeds hetzelfde hoeft te zeggen.  
    
 verantwoordelijkheid  
Terug
naar Ed Milliband, de leider van de Engelse Labour Party. Hij wordt
geïnterviewd door een journalist over stakingen. Ook in Groot-Brittannië wordt
door de rechts-liberale coalitie flink bezuinigd. Eigenaardig dat juist de
socialistische partijleider tegen de stakingen blijkt te zijn, is het eerste
wat bij me opkomt, maar de interviewer stelt daar juist geen enkele vraag over.
Wel vraagt de journalist tot zes keer toe wat Milliband van de stakingen vindt.
En telkens weer geeft de politicus hetzelfde antwoord, dat hij vindt dat zolang
onderhandelingen gaande zijn er niet gestaakt moet worden. De journalist raakt
gefrustreerd en vertelt achteraf dat de PR-adviseurs van Milliband hem vooraf
al onder druk zetten. Hij noemt het een ‘absurd’ interview en ‘volstrekt juist’
om het ongecensureerd online te zetten. Bij de kwaliteitskrant The Guardian  reageert 
de journalist. “Als journalisten er alleen maar zijn om door politici gebruikt
te worden om hun boodschap te filmen, dan is dat professioneel erg onhoffelijk.
Tegelijkertijd, als het ons niet is toegestaan om hun mening te onderzoeken, dan
ontlopen politici hun verantwoordelijkheid.” Daar wringt de schoen! 
 
 training  
Terug naar wat je in een mediatraining leert: reageer rustig en beheerst. Dit
doet Ed Milliband perfect. Hij komt zelfs afstandelijk en emotieloos over. Je
kunt je voorbereidingen ook te ver doorvoeren. Dan de kernboodschap. Die voert
Ed Milliband wel erg ver door. En hiervoor geldt eigenlijk dat het inhoudelijk
wel erg mager is. “Stop de stakingen en ga terug naar de tafel, want de
onderhandelingen tussen bonden en overheid zijn nog gaande.” Wat vooral opvalt
is dat de journalist training nodig heeft. Zijn vraagstelling is vlak en vaag.
Hij vraagt niet door en houdt alle opties open voor Milliband om heel eenvoudig
terug te keren naar die nietszeggende kernboodschap. Zelfs als de journalist de
vakbonden - en dus de achterban van de socialisten - erbij haalt, weet hij niet
door te dringen tot de kern. Green verwijt Milliband dat die geen
verantwoording wil afleggen, maar zelf weet hij niet de juiste vragen te
stellen. Een goede interview- of een assertiviteitstraining zou de journalist
in kwestie niet schaden in deze.  
 
 reputatie  
Wiens reputatie en imago ondervindt de meeste schade van dit interview? De
journalist, de politicus of diens PR-machine? Voor een journalist is er niets
zo erg als een geïnterviewde die niks wil zeggen. Het is vreselijk als je niet
tot de kern weet door te dringen. Maar ligt dat aan de geïnterviewde of de
interviewer? De drie PR-mensen van Milliband hebben hun politicus in principe
goed voorbereid, maar die houdt wel heel krampachtig vast aan die
kernboodschap. Ik vind dat Milliband in dit geval een pyrrusoverwinning heeft
behaald. Hij lijkt het goed te hebben gedaan door niet het achterste van zijn
tong te laten zien. Maar hij komt zo knullig, zwak en emotieloos over, dat de
waarde tot nul is gereduceerd. Het is inhoudsloos gebral. Green had moeten
doorvragen en Milliband het vuur aan de schenen moeten leggen. Volgens een
bevriende reputatiedeskundige is het imago van de PR geschaad bij het
publiceren van het filmpje. Ik deel die mening niet, omdat ik vind dat de
journalist vooral zichzelf een heel slechte dienst heeft bewezen. De slechte
interviewtechniek van de journalist gevoegd bij de halsstarrigheid van de vage
kernboodschap van de politicus maken dat beider reputaties zijn geschaad. Niet
van de journalistiek of de PR in het algemeen. Die kunnen niet voorkomen dat er
mindere goden zijn die goede technieken slecht uitvoeren… 
 
 Jacques Happe  
 
 Jacques Happe is vicevoorzitter van Welcom, het
Amsterdamse communicatienetwerk, zelfstandig journalist, mediastrateeg en
communicatiemanager bij  Highlow
Communications , dat hij 4 augustus 1986 op 19-jarige leeftijd oprichtte.   
 ]]></description><pubDate>Sat, 09 Jul 2011 13:45:09 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Paniek bij recruiters door overspannen arbeidsmarkt</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=3</link><description><![CDATA[     De arbeidsmarkt is al tijden overspannen door de economische crisis, maar waarom
raken zoveel recruiters dan zo in paniek? De beste kandidaat wordt vaak niet geselecteerd
op vakervaring, maar op inferieure randvoorwaarden. De waan van de dag regeert,
want veel recruiters lijken wel in paniek!  
 
Voor het Amsterdamse communicatienetwerk  Welcom  hield ik jarenlang de  vacaturesite  bij. Mede daardoor
zag ik de arbeidsmarkt de afgelopen drie jaar drastisch veranderen, maar niet
ten goede. Om mij heen hoor ik over een overspannen arbeidsmarkt met paniekerende
recruiters, die zonder respect kandidaten afwimpelen, verkeerd beoordelen of zelfs
schofferen. Door de economische crisis moeten communicatieadviseurs een veel
kleinere hoeveelheid klussen en banen delen met veel nieuwkomers. Mede daardoor
is de waarde van communicatie de afgelopen drie jaar met soms wel 40% gedaald! Dan
heb ik het nog niet eens over de inhoudelijke devaluatie van het vak. Hoe kun
je iemand communicatiemanager noemen met slechts 2 jaar werkervaring? In
Duitsland schijn je pas na je 35e het predicaat senior te kunnen
verdienen. Het zou mooi zijn als de waarde van je senioriteit ook in ons land op
een wat realistische niveau zou kunnen worden gebracht.  
 
Van werkzoekende communicatiecollega`s hoor ik vaak dat het erg lastig is om
nog door te dringen tot recruiters, omdat die de oren teveel laten hangen naar
de (interne) klant. Ze hobbelen blind achter dwaze voorwaarden aan, zonder dat
er gekeken wordt naar kwaliteit en competenties. Grote bedrijven, vaak
beursgenoteerd, wijzen kandidaten helemaal niet meer af. Ze laten gewoon niks van
zich horen, terwijl in het online tijdperk de sollicitatie nog wel per mail
bevestigd wordt. Een afwijzing wordt vaak helemaal niet meer verstuurd.  
 
Veel recruiters kijken maar naar één ding: branchespecifieke ervaring. Je mag
geen ervaring hebben in een ander segment, want dat wil de opdrachtgever niet. Alsof
je voor niets zoveel vakervaring hebt opgedaan in je carrière. Of ze willen
liever een vrouw, die jonger is dan jij zelf. Noem het vooral geen leeftijds-
of geslachtsdiscriminatie. “Nee joh, dat maak jij er maar van, dat heb ik niet
gezegd!” De junior recruiter van het wervingsbureau heeft klaarblijkelijk een overschot
aan  capaciteit : teveel adviseurs
zoeken een baan of een klus. De keuze is te groot voor zulke recruiters. Zonder
ervaring in werving en selectie, worden kandidaten afgewezen op belachelijke
gronden als te weinig branchespecifieke ervaring, diploma, sexe of leeftijd. Allemaal
paniekexcuses. 
 
Er zijn gelukkig uitzonderingen die de regels bevestigen. Zoals bijvoorbeeld Jim
Kraaykamp van  Intercom . Hij kijkt naar de
perfect match tussen opdrachtgever en de communicatiespecialist. Hij leest
tussen de regels van een CV en bepaalt of je geschikt bent voor die
werkomgeving. Of je bijvoorbeeld in de cultuur van het bedrijf past. Hij
beoordeelt je op je merites en kijkt naar je overall geschiktheid. Hij geeft je
tips over houding en de bedrijfscultuur als je op gesprek gaat. Hij neemt de
tijd om een afwijzing uitgebreid te bespreken. Ook PR-manager Cindy Penders van
 ING Nederland 
is zo’n positieve uitzondering. Ze moet een team samenstellen, maar kijkt niet
naar wat je gedaan hebt in de bankwereld, maar wat je als woordvoerder hebt
bereikt. “Ik wil niet allemaal mensen met dezelfde bancaire achtergrond; die
ervaring krijg je vanzelf wel.” Er zijn overigens meer recruiters, die out of
the box denken.  
 
Volgens deskundigen duurt de economische crisis in het communicatievak nog wel
even. Zodra de recessie voorbij is, kan de communicatieadviseur weer zelf selecteren.
Welk bedrijf wel en welk werving en selectiebureau bijvoorbeeld niet. Tot die
tijd moeten kandidaten oppassen voor overspannen recruiters, die niet goed
weten waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Zolang de economie niet aantrekt,
worden zulke wervers gedoogd, maar na de definitieve opleving vangen zij de klappen
op. Dan hebben ze pas echt reden voor paniek! 
 
 Jacques Happe  
 
 Jacques Happe is vicevoorzitter van Welcom, het
Amsterdamse communicatienetwerk, zelfstandig journalist, mediastrateeg en
communicatiemanager bij  Highlow
Communications , dat hij 4 augustus 1986 op 19-jarige leeftijd oprichtte.   
 ]]></description><pubDate>Tue, 05 Jul 2011 12:21:40 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Topcuisiniers koken van woede: hun slechte communicatiestrategie kost eigen reputatie!</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=2</link><description><![CDATA[    Zomaar een doordeweekse maandagochtend. Ik lees online bij de wakkerste krant van Nederland, dat de  Alliance Gastronomique  boos is.  Woedend zelfs . Website  Sterwijnenthuis.nl 
 verkoopt namelijk hun sterrenwijnen voor minder, dan zij in hun 
toprestaurants. Hoe reputaties door een slechte communicatiestrategie in
 één klap worden vernietigd…  
 	De Telegraaf is natuurlijk niet de meest subtiele krant als het om 
de nuance gaat. Hoe waarschijnlijk is het, dat geciviliseerde 
topcuisiniers en restaurateurs zich ‘woedend’ uit hebben gelaten 
tegenover journalist Johan van der Dongen? Toch is het veelzeggend dat 
brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland namens de 36 
toprestaurants dreigt met rechtszaken tegen internetondernemer Gijs den 
Hollander. Communicatie is een vak, dat blijkt maar weer eens. Net zoals
 het koken van een verfijnd  gerechtje  met een  zuurtje , een  bittertje  en een  fijn   mondgevoel 
 dat is voor een toprestaurant. In deze bewoordingen uiten topkoks zich 
tegenwoordig, nadat sterrenkok Robert Kranenborg en kokopleider Julius 
Jaspers zo via hun RTL-programma  Topchef  zijn gaan communiceren
 over wat uit keukens komt. Maar dit terzijde. Communicatie is dus een 
vak, een serieus vak. En reputatiemanagement idem dito. Het gezegde is 
niet voor niets, je reputatie komt te voet en gaat te paard. 
 	Waar gaat het hier nu eigenlijk over? Sterwijnenthuis.nl levert 
wijnen, die ook in sterrenrestaurants geserveerd worden. Via de webshop 
kan de klant ze vele malen goedkoper inkopen. De website plaatst de naam
 van het restaurant bij de veel goedkopere consumentenprijs en daar zijn
 sommige restaurateurs niet van gediend. Ze zien het niet als reclame, 
maar als een inbreuk op hun zorgvuldig opgebouwde reputatie. Een wijn 
die bij een restaurant 45, misschien wel 60 euro kost, doet in de 
webwinkel 15 euro. Zo liggen de verhoudingen ongeveer. Ter vergelijking,
 een glas verse jus d’orange kost in een toprestaurant circa 4 à 5 euro.
 Voor 3 euro koop je een hele liter bij de supermarkt. Met andere 
woorden: voor een liter betaal je in een restaurant gemiddeld 20 tot 25 
euro. Daar is helemaal niets mis mee! Want in een exclusief 
sterrenrestaurant wil ik een geweldige ervaring met een fantastische 
bediening, persoonlijke aandacht als gast en voortreffelijke gerechten. 
Ik betaal voor de ambiance, de extra aandacht van de gastheer, de kelner
 en de sommelier, die de wijnen zo zorgvuldig heeft uitgekozen. Daar 
kies ik allemaal voor, net als voor die intense smaakbeleving van 
overheerlijk eten! 
 	Is deze heisa werkelijk ontstaan, omdat ondernemers vinden dat ze 
niet genoemd hadden mogen worden op de website van Sterwijnenthuis.nl? 
Of voelen ze zich in hun bedrijfsvoering aangetast en vinden ze dat dit 
niemand wat aangaat? Als dat laatste het geval is, dan moet RTL maar 
snel stoppen met alle programma’s van chefkok Herman den Blijker, want 
hierin wordt heel opzichtig een  kijkje in de keuken  van de 
horeca gegeven. Brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland heeft in
 al haar wijsheid besloten, deze boze ondernemers te adviseren met  een juridische dreigbrief .
 Reclame maken ten koste van de restaurateurs mag niet van hen. 
Sterwijnenhuis.nl gebruikt de leden van Alliance Gastronomique als 
aanbeveling:  ‘kijk nou toch, deze heerlijke wijn, wordt ook 
geschonken in dat fantastische restaurant, genoeg reden om direct zes 
flessen te bestellen’.  Sommige topklasse restaurateurs  koken van woede 
 en hebben via de krant, waarvan de lezers Henk en Ingrid toch al nooit 
in restaurants uitgaan waar je met mes en vork eet, een platform 
gevonden om boos om zich heen te slaan. Wie heeft hen geadviseerd zo te 
moeten communiceren? 
 	Koninklijke Horeca Nederland had tegen haar leden van de Alliance Gastronomique moeten zeggen  ‘Ga
 doen waar je goed in bent: ga koken. Klagen zorgt alleen maar negatieve
 beeldvorming. Er is sprake van een vrije markteconomie, dus niets aan 
de hand!’  KHN geeft de restaurateurs vier opties, waaronder 
helemaal niks doen en de naamsvermelding als reclame te beschouwen, maar
 daar getuigt de brief niet van. Er wordt gesproken van ‘aantasting van 
de zorgvuldig opgebouwde naam’. Door de gekozen communicatiestrategie is
 daar geen sprake meer van en kost het nu deze zorgvuldig opgebouwde 
reputaties. Iemand had die toprestaurateurs die zich via De Telegraaf en
 Misset Horeca  beklagen 
 over een aantasting van hun reputatie, moeten adviseren lekker achter 
de kachel te blijven staan om zich bezig te houden met hun  gerechtjes ,  bittertjes ,  zuurtjes ,  zoetjes  en  fijn   mondgevoel .
 De communicatiestrategie van KHN en Alliance Gastronomique schaadt de 
reputatie van exclusieve sterrenrestaurants meer dan 
Sterwijnenthuis.nl ooit zou kunnen doen. Proost!*  
 	 Jacques Happe  
	  Highlow Communications 
	 www.highlow.nl     
 	 Naschrift: In 2003 begon Koninklijke Horeca Nederland de 
marketingcampagne ‘horeca, gastheer van de samenleving’, om de horeca na
 de invoering van de euro weer een positieve impuls te geven. Jacques 
Happe was medebedenker en uitvoerder van deze campagne toen hij als 
plaatsvervangend hoofdcommunicatie bij KHN werkzaam was. De campagne 
eindigde in 2005. Jacques Happe is tevens actief als mystery guest in 
Nederlandse horeca.   
 *update: de Alliance Gastronomique neemt geen extern PR-bureau in de hand om haar reputatie te beschermen en de communicatie over te nemen. "De bal ligt bij horeca Nederland", aldus bestuurslid Martin van Bourgonje.  
 ]]></description><pubDate>Mon, 27 Jun 2011 14:53:25 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item><item><title>Gemeente Amsterdam communiceert uitstekend in zedenzaak</title><link>http://iloapp.highlow.nl/blog/blog?Home&amp;post=0</link><description><![CDATA[     Communicatiespecialisten uit de Metropoolregio Amsterdam 
verenigen zich binnen netwerkorganisatie Welcom om kennis en expertise 
met anderen te delen. Vanuit de ervaring met communicatieve vraagstukken
 laat het bestuur van de Welcom zijn licht schijnen op de actualiteit. 
Dit keer de crisiscommunicatie rond de Amsterdamse zedenzaak.  
 	Zondagavond 12 december werd het nieuws over een omvangrijke 
Amsterdamse zedenzaak naar buiten gebracht. Onder aanvoering van 
burgemeester Eberhard van der Laan werden ’s avonds laat de eerste 
feiten bekend. Bijna een week eerder werd in het TV-programma ‘Opsporing
 Verzocht’ een foto getoond van een Amsterdamse peuter. Die zelfde avond
 al werd een verdachte gearresteerd. Pas vijf dagen later werd het 
nieuws wereldkundig gemaakt, nadat ‘s avonds eerst de betrokken ouders 
van twee kinderdagverblijven waren geïnformeerd. 
 		Crisiscommunicatie is de meest intense vorm van communicatie. 
Meestal kortstondig en met heel veel media-aandacht. Eenmaal een 
boodschap gecommuniceerd kun je vrijwel niets meer doen om die bij te 
sturen of te veranderen. Crisiscommunicatie is een eigen discipline, 
waar maar weinigen in staat zijn een essentiële helikopterview te 
ontwikkelen. Als communicatieadviseur moet je alles kunnen laten vallen 
en je focussen op één ding: de crisis. 
 		Hoe exact het proces van de communicatie rond deze zedenzaak is 
gegaan, horen we vast nog wel, maar er zijn wel stappen bekend gemaakt 
en de gemeente communiceert via een  aparte website .
 Op dinsdag werd de verdachte gearresteerd. Op woensdag en donderdag 
vonden de verhoren plaats van hem, zijn echtgenoot en een andere 
medewerker van één van de kinderdagverblijven. In de loop van vrijdag 
werden burgemeester Van der Laan en staatssecretaris Teeven 
geïnformeerd. De enorme omvang van de crisis werd intern steeds 
duidelijker, maar nog altijd was de buitenwereld niet op de hoogte. 
Keurig en erg lastig! Binnen het stadhuis voerden OM, politie, gemeente 
en GGD koortsachtig overleg. Verloven werden ingetrokken en medewerkers 
moesten het weekend doorwerken, want voor de zondag waren de ouders 
uitgenodigd voor twee informatiebijeenkomsten. 
 		Burgemeester Van der Laan maakte het nieuws zondagavond vrij 
summier bekend. In de dagen daarna openden de media een ware beerput. 
Schokkend nieuws over jarenlang misbruik door medewerkers van een 
dagverblijf, die kinderen tussen 0 en 4 jaar oud misbruikten. Na de 
bekendmaking bleef de hoofdstedelijke communicatiemachine op volle 
toeren draaien. De gemeente zorgde voor opvang en medische controle voor
 de jonge slachtoffers en hun familie. 
 		Crisiscommunicatie is zo moeilijk vanwege de complexiteit. De 
gemeente is in staat gebleken om vijf dagen lang alle informatie onder 
pet te houden. Niets kwam te vroeg naar buiten, via sms, internet, 
Twitter of Facebook. Niemand lijkt zich voor zondag te hebben 
versproken. Verantwoordelijken willen nog wel eens in paniek raken in 
tijden van een acute crisis, maar de gemeente Amsterdam heeft laten zien
 dat ze de regie volledig in handen had. De advocatuur vond al snel dat 
de gemeente teveel de regie had, maar dit bleek een afspraak tussen OM 
en de bewindvoerders op het stadhuis. 
 		Uiteraard is bovenstaande de beschouwing van een buitenstaander. 
Hopelijk horen we later nog eens via een Welcom-seminar hoe de gemeente 
deze crisis zo feilloos heeft weten te beheersen. Tot die tijd rest ons 
slechts respect voor een uitstekende controle over een zeer ingewikkeld 
communicatief proces tijdens deze afschuwelijke zedenzaak!    Jacques Happ e     Eerder geplaatst op 5 januari 2011 op  Welcom; Amsterdam communiceert    
 ]]></description><pubDate>Sun, 26 Jun 2011 10:30:04 +0200</pubDate><category>communicatie</category></item></channel>
</rss>
